Veel mensen worstelen met hun ouders en de patronen die ze meedragen vanuit hun jeugd en opvoeding. Soms daag ik hen dan uit om zich een voorstelling te maken van hun ideale ouder. Bijvoorbeeld: bij problemen op school koos je vader altijd partij voor de leraren en luisterde niet naar jouw kant van het verhaal. Hoe zou je ideale vader gereageerd hebben? Waarin verschilt dat van je echte vader? Dat doe ik niet om die echte vader de maat te nemen en hem overal de schuld van te geven. Ouders doen meestal hun uiterste best en niemand is perfect. Ik doe het om duidelijker te krijgen welke onvervulde behoeftes je had als kind, en waarin je tekort gedaan bent. Daarmee komt de focus te liggen op jou en de erkenning van jouw behoeften. Het is een eerste stap in het los laten van je ouders als alwetende autoriteiten. Zo leer je jezelf om verantwoordelijkheid te nemen. Vervolgens kun je als ideale ouder jezelf ondersteunen, en zo jezelf helen.
Wat betekent het dan om een goede ouder te zijn – niet voor een kind, maar voor jezelf? In deze tekst onderzoek ik hoe je leert om met mildheid, duidelijkheid en innerlijke ruimte naar je eigen gevoelens te kijken. Veel van ons hebben nooit écht geleerd wat emoties ons willen vertellen, laat staan hoe we ermee om kunnen gaan op een manier die helend is in plaats van verhullend.
We kennen vaak voorbeelden van ouders of opvoeders die zelf niet geleerd hebben om hun gevoelens te herkennen en te erkennen, laat staan die van hun kinderen. En dat laat sporen na. Maar het goede nieuws is: je kunt opnieuw leren luisteren. Je kunt jezelf geven wat je vroeger misschien gemist hebt.
Hoe ziet de ideale ouder eruit? Dat is natuurlijk voor iedereen verschillend, maar wat ieder kind nodig heeft is gezien worden. Daarin is vooral belangrijk dat een ouder de gevoelens van een kind valideert. Zo’n ouder kijkt niet naar wat het kind presteert, of naar de functie of de waarde die het kind heeft, voor hem of haar – zoals er misschien naar jou is gekeken – maar ziet het kind zoals het is. Zo’n ouder vraagt zich af: Wat heeft dit kind nodig? Waar zit het gevoelsmatig? Hij moedigt het kind aan om haar gevoelens onder woorden te brengen.
Een goede ouder helpt het kind dus om zijn of haar gevoelens serieus te nemen, en om te begrijpen wat de functie van die gevoelens is. Ideaal gezien gebeurt dit allemaal vanzelf, op een natuurlijke manier – organisch, zou je kunnen zeggen. Een kind voelt haarfijn aan of er ruimte is bij een ouder voor zijn of haar gevoelens. Als een ouder zelf nooit heeft geleerd om met zijn eigen emoties om te gaan, en daar juist muren omheen heeft gebouwd – bijvoorbeeld bij narcistische afweer – dan kan die ouder het kind ook niet leren om op een gezonde manier met gevoelens om te gaan. Een eerste stap om gevoelens serieus te nemen is door te begrijpen dat ze een functie hebben, dat ze je helpen.
Wat is dan de functie van gevoelens?
Gevoelens helpen je om wezenlijke behoeften te signaleren en te vervullen. Twee emoties staan in dit proces centraal: woede en verdriet. Ze hebben elk een andere functie. Woede helpt je om je grenzen te bewaken. Verdriet helpt je om los te laten. Wanneer je deze gevoelens leert herkennen en onderscheiden, ontstaat er iets wat ik ‘innerlijke hygiëne’ noem: een emotioneel bewustzijn dat helder, eerlijk en zuiverend werkt. Ze helpen je om stappen te maken om in balans te komen en onderscheid te maken tussen wat je eigen huiswerk is, en wat je bij een ander kunt laten. Wat ‘mijn’ en wat ‘dijn’ is.
Wat volgt is een verkenning van hoe je deze beweging naar binnen kunt maken – en waarom het zo belangrijk is dat je leert voelen wat je voelt.
Woede
Woede is een uitgaande emotie. Het wil iets veranderen en geeft energie. Narcistische mensen zitten vaak vast in die woede: alles moet anders, niets is ooit goed genoeg. Maar woede heeft ook een positieve, functionele kant: het helpt je je grenzen aan te geven. Als iemand over jouw grenzen gaat, dan moet je boos kunnen worden. Dat is gezond. Al is het maar om jezelf beter te leren kennen, te begrijpen welke grenzen belangrijk voor je zijn.
Verdriet
Verdriet daarentegen is een naar binnen gerichte emotie. Verdriet helpt je om dingen los te laten. Het ‘spoelt’ je schoon – letterlijk met tranen, maar ook geestelijk. Verdriet kost energie, het voelt alsof je in een put zakt: je zit geestelijk in de put.
Waar woede zich verzet en vasthoudt, accepteert verdriet. Je zou kunnen zeggen: als je op de bodem van de put zit, kun je weer omhoog klimmen.
En dat is precies waarom je beide emoties nodig hebt. Boosheid is een signaal dat iets je aan het hart gaat. Misschien kun je er iets aan veranderen. Als je gekwetst bent of geconfronteerd wordt met iets dat je niet kunt veranderen – een gemiste kans, een gebroken verwachting – dan is verdriet nodig om verder te kunnen. Dan moet je het toestaan, toelaten. De bodem van de put voelen. Alleen dan kun je echt accepteren.
Vrouwen mogen in onze samenleving meestal wél verdriet voelen, maar geen woede. Mannen het omgekeerde: die mogen boos zijn, maar geen verdriet tonen. Het gevolg is – generaliserend - dat vrouwen makkelijker loslaten, mannen beter grenzen kunnen aangeven. De valkuil van veel vrouwen is dat ze over zich heen laten lopen, geen confrontaties aangaan. De valkuil van veel mannen is dat ze zich vastbijten. Beide zijn ongezond en kunnen leiden tot depressieve gevoelens.
Emotionele hygiëne
De kunst is dus om te
leren voelen wat je daadwerkelijk voelt – en die gevoelens hun eigen plek te
geven. Dat is wat ik ‘innerlijke hygiëne’ noem. Want wat je vaak ziet bij
mensen die bepaalde emoties niet mogen voelen, is dat ze ze vermengen. Ze uiten
boosheid als verdriet, of verdriet als boosheid. Dan hoor je bijvoorbeeld: “Ik
ben niet boos, ik ben gewoon heel teleurgesteld.” Of mensen worden boos op
artsen wanneer ze eigenlijk bang of verdrietig zijn over een slechte prognose.
Verongelijktheid, rancune, het zijn uitingen van ’gemengde emoties’. Als coach
probeer ik altijd die gemengde emoties te scheiden, te ontleden.
Want als je je emoties niet zuiver houdt, blijven ze hangen. Je spoelt jezelf niet schoon. Je blijft vasthouden. En dat is niet effectief. Je verandert niets, je krijgt geen zelfinzicht en je laat ook niet los. Je gebruikt bijvoorbeeld de energie van je boosheid om je verdriet in stand te houden, om de buitenwereld de schuld te geven. Geen verantwoordelijkheid, geen reflectie. Dat is wat je als buitenstaander ook vaak kunt voelen bij verongelijkte mensen.
Dus: probeer waar te nemen wat er van binnen speelt. Wees eerlijk, nieuwsgierig en geduldig. Zeg desnoods hardop: “Ik was boos. Godverdomme. Wat een klootzak. Hij ging echt over mijn grens.” En daarna komt het verdriet pas echt. Of: ik voelde me weer eens waardeloos door die laatdunkende opmerking. En daarna komt het besef: ja maar ze heeft ook niet het recht om zo op mij neer te kijken.
Leren omgaan met je gevoelens is misschien wel de meest wezenlijke vorm van volwassen worden. Door te waar te nemen wat je voelt – zonder oordeel – geef je jezelf de ruimte die je als kind misschien tekortkwam. In die zin word je je eigen ideale ouder: iemand die ziet, voelt, begrenst én loslaat.
Woede en verdriet zijn daarin geen obstakels, maar richtingaanwijzers. Woede helpt je om te zeggen: tot hier en niet verder. Verdriet helpt je om te zeggen: ik laat het gaan. Pas als je deze emoties hun eigen plek en functie geeft, kun je echt in balans komen en groeien. Innerlijke hygiëne betekent dat je schoon leert voelen en jezelf uiten: niet vermengd, als slachtoffer of superieur, maar als iemand die verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leven en keuzes. En misschien is dat wel de meest liefdevolle daad die je voor jezelf en je omgeving kunt stellen.

Comments are closed!